Groep 1 · Gevonden voorwerpen 🧥

Van wie is dit?

De kast met gevonden voorwerpen puilt uit! Juf Tien pakt steeds een voorwerp. Het verwijswoord vertelt van wie het is.

Een muts. Is dat niet mijn muts?

Met ‘mijn’ wordt juf Tien bedoeld.

Daan ziet er koud uit. Is dit zijn jas?

Met ‘zijn’ wordt Daan bedoeld.

Eef huilt. Is dit haar fiets?

Met ‘haar’ wordt Eef bedoeld.

Nu jij! Typ naar wie het dikgedrukte woord wijst.

Juf Tien houdt een rode sjaal omhoog. ‘Is dit mijn sjaal?’ vraagt Suus.

Naar wie of wat wijst ‘mijn’?

Jens mist zijn gymschoenen. Liggen zijn schoenen in de kast?

Naar wie of wat wijst ‘zijn’?

Loek zoekt naar een knuffel. Is dit haar knuffel?

Naar wie of wat wijst ‘haar’?

Meester Henk wijst naar een bril. ‘Volgens mij is dat mijn bril,’ zegt hij.

Naar wie of wat wijst ‘mijn’?

De tweeling Sem en Sam staan bij de kast. Zijn dit hun jassen?

Naar wie of wat wijst ‘hun’?

‘Norah, ben jij jouw pet kwijt?’ vraagt juf Tien.

Naar wie of wat wijst ‘jouw’?

Cas pakt een beker. ‘Hé, dat is mijn beker!’ roept ze blij.

Naar wie of wat wijst ‘mijn’?

De kinderen van groep 6 missen een voetbal. Is dit hun bal?

Naar wie of wat wijst ‘hun’?

Jelle kijkt naar een laars. ‘Volgens mij is dat zijn laars,’ zegt Evi over Jelle.

Naar wie of wat wijst ‘zijn’?

Juf Kaar telt de gevonden mutsen. ‘Eén ervan is mijn muts,’ lacht ze.

Naar wie of wat wijst ‘mijn’?

‘Wij missen onze tekeningen!’ roepen Tim en Lot. Liggen hun tekeningen hier?

Naar wie of wat wijst ‘hun’?

Sanne ziet een haarspeld. ‘Is dit niet jouw speld?’ vraagt ze aan Lot.

Naar wie of wat wijst ‘jouw’?

Meester Henk en juf Tien zoeken een sleutel. Is dit hun sleutel?

Naar wie of wat wijst ‘hun’?

‘Eef, hangt jouw jas al die tijd al in de kast?’ vraagt de juf.

Naar wie of wat wijst ‘jouw’?

Daan vindt een knikker onder de bank. ‘Die knikker is van mij, het is mijn knikker!’

Naar wie of wat wijst ‘mijn’?

⭐ 0 van de 15 goed!
Verder oefenen → Terug naar het overzicht